Speletjes dat je kan spelen
Hieronder vind je instructies en/of tips voor spelletjes in Engels spelen.  Het gaat niet alleen om de woordjes leren, maar ook om het uitdaging is eventueel ook om het hele spel in het Engels uitspelen.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Go Fish
Nodig om te spelen:  flashcards met woorden van het huidige thema
Spel regels:  hetzelfde als kwartet, alleen meestal speel ik dat je setjes van 2 moet maken want dan kan er meer woordjes in het spel.

Handige zinnen:
Do you have the/a/an….?  (Heb jij de/een….?)
Yes, here you go.  (Ja, alsjeblieft)
No, go fish!  (Nee, ga vissen!
Whose turn is it?  (Wie is aan de beurt?)
It is your turn. – Het is jouw beurt.
I have a set!  (Ik heb een setje!)
Who has the most sets?  (Wie heeft het meeste setjes?)
It is a tie!  (Het is gelijk spel)

Memory
Nodig om te spelen:  flashcards met woorden van het huidige thema
Spel regels:  hetzelfde als Memory in Nederlands.

Where is the….?  (Waar is de…?)
Do you remember where the … is?  (Weet je nog waar de … is? / Onthoud je nog waar de … is?)
I think it is at the top/bottom/side.  (Ik denk dat het op de bovenkant, onderkant, kant is.)
It is in the middle.  It is next to the….  (Het is in het midden. / Het zit naast de…)
I have a set!  (Ik heb een setje!)
Whose turn is it?  (Wie is aan het beurt?)
It is your/my turn.  (Het is jouw/mijn beurt)
Who has the most sets?  (Wie heeft het meeste setjes?)
It is a tie!  (Het is gelijk spel)

BANG!!!
Nodig om te spelen:  flashcards met woorden van het huidige thema, plus extra kaartjes met de woord BANG!!! daarop geschreven.
Spel regels:  Oms de beurt,  een kaartje uit een emmer of muts pakken en zeggen wat er op staat.  Als je het woord BANG!!! krijgt dan mag het heel hardop zeggen en iedereen laten schrikken.  Alle van jouw kaartjes gaan dan weer in de emmer en het spel gaat verder.
Maak het nog spannender door een timer voor 3 minuten te zetten

Handige zinnen:
BANG!!!!!  Did I scare you?  (KNAL!!!  Heb ik je laten schrikken?)
You scared me!  (Jij heb me geschrokken! / Ik schrok me!)
Now you have to put all your cards back.  (Je liet me schrikken.  Nu moet je je kaarten allemaal terug zetten.)
Whose turn is it?  (Wie is aan het beurt?)
It is your/my turn.  (Het is jouw/mijn beurt)
Take a card.  (Pak/neem een kaartje)
How many cards do you have?  (Hoeveel kaarten heb je nu?)
Who has the most (or fewest) cards right now?  (Wie heeft de meest (of minst) kaarten op dit moment?)
I haven’t had BANG! yet.  (Ik heb nog niet BANG! gehad.)

I Spy
Nodig om te spelen:  I Spy spel, geprint van het thema, of flashcards met woorden van het huidige thema
Spel regels:  Een persoon zegt “I spy with my little eye, something that ………”  Andere spelers moeten eerst 2 of meer vragen stellen voordat ze mogen een poging maken.  Dit is gewoon het spel “Ik zie, ik zie iets wat jij niet ziet.”

Het spel begint wanneer een speler zegt:  I spy with my little eye…
… something that is….
… something that has….
… something that can….

Andere spelers moeten eerst 2 of meer vragen stellen voordat ze mogen een poging maken om te raden!
Is it …? (handig met kleuren, de vorm benoemen)
Does it have …?  (handig om een onderdeel te omschrijven)
Can it …?  (handig om te vragen wat het kan doen)

I have, who has?
Nodig om te spelen:  het uitgeprint “I have, who has…?” spel voor dit thema, een keukenwekker (optioneel)
Spel regels:  Dit spel heeft een bepaald volgoorden en er zit geen kas in.  Maak het spannender door een keukenwekker te zetten en als team te werken zo snel mogelijk door te gaan.  Lees de zinnetjes op de kaartjes om te zeggen wat je hebt en om te vragen wie het volgende heeft.  Bijvoorbeeld “I have the ….  Who has the….”  Het gaat niet om winnen, maar om samen werken om alle vragen snel te beantwoorden met het juiste kaart.

Gestures
Deel wat woordenkaartjes uit.  Gebruik een wekker om de tijd tot 1 minuut te beperken en probeer zonder te praten uit te beelden welke woord je hebt.  De andere spelers mogen proberen om te raden welke woord je hebt.
– Als je genoeg spelers hebt, kan je ook in 2 teams gaan spelen.
– Je kan ook het wekker laten optellen hoe lang het duurt om alle woordjes (of bijbvoorbeeld 4 van ze) met sucess aan je team uit te beelden.

Leuke spelletjes voor oudere kinderen
Hier zijn een heleboel spelletjes die leuk zijn voor oudere kinderen om te spelen met flashcard woordjes

War
print two sets of (themed) number cards.  Divide the cards evenly between 2 players.  Keep the piles face down and turn over the top card at the same time as you say the number on that card.  Whichever player has the highest number takes both cards and adds them to the bottom of his pile.  If both players turn over the same number, then both players should turn over 2 more cards (face down) and a 3rd card (face up)  whichever card is highest wins all! Set a time limit or play until one of the players has won all of the cards.